Wijziging van het bodemrecht

Op basis van het Belastingplan 2013 is met ingang van 1 januari 2013 het bodemrecht van de belastingdienst gewijzigd. Met deze wijziging zijn de rechten van de belastingdienst versterkt.

De ontvanger van de belastingdienst kan nog steeds bodembeslag leggen op zogenoemde bodemzaken. Kort gezegd is dat de inventaris die nodig is voor de bedrijfsvoering. Het bodembeslag kn ook  worden gelegd op zaken die eigendom van een ander zijn. Uit de opbrengst van de executoriale verkoop van die in beslag genomen bodemzaken wordt vervolgens de openstaande belastingschuld betaald.

De belangrijkste wijziging betreft een mededelingsplicht van degene die recht denkt te hebben op roerende zaken die zich op de bodem van een belastingschuldige bevinden. Dat kan een leasemaatschappij zijn voor wat betreft een drukpers die in het pand van de belastingschuldige staat, maar bijvoorbeeld ook de bank als pandhouder op de inventaris.

Zodra de derde het voornemen heeft om zijn recht op de zaken uit te oefenen, dient hij de ontvanger van de belastingdienst daarvan op de hoogte te stellen. Ook moet de derde mededeling doen van alle wijzigingen die tot gevolg hebben dat niet langer sprake is van een bodemzaak, zoals het afvoeren of verkopen van desbetreffende zaken,  het toepassen  van een sale en lease back constructie of het toepassen  van een bodemverhuurconstructie.

Dergelijke mededelingen kunnen achterwege blijven als het gaat om handelingen die ‘in de normale uitoefening van het bedrijf of het beroep van de belastingschuldige’ plaatsvinden. In de praktijk van de rechtspraak zal nog moeten blijken wat daar precies toe gerekend zal worden.

Nadat een dergelijke mededeling is gedaan, mag de derde gedurende vier weken géén handelingen verrichten met betrekking tot de bodemzaak. In die vier weken kan de ontvanger van de belastingdienst alsnog tot beslaglegging overgaan. Hierdoor verbetert de positie van de belastingdienst en verslechtert de positie van de derde.

Op de ontvanger van de belastingdienst rust de verplichting om zo spoedig mogelijk na ontvangst van de mededeling aan degene die de mededeling doet  bekend te maken  of de ontvanger al dan niet gebruik maakt van zijn bodemrecht door de zaken in beslag te gaan nemen en executoriaal te gaan verkopen. Indien de ontvanger van de belastingdienst hierover zwijgt ten opzichte van degene die de mededeling heeft gedaan, dan betekent dit voor hem dat hij pas na ommekomst van vier weken weet of hij zijn voornemen kan uitvoeren.

Deze wetswijziging is relevant voor banken die hierdoor hun verhaalspositie zien verslechteren. Ook als uw holding pandrechten heeft op bodemzaken van de werkmaatschappij of als uw holding bodemzaken ter beschikking stelt aan uw werkmaatschappij kunt u hiermee te maken krijgen. Het is derhalve zaak u tijdig van deskundig advies te laten voorzien.

- Boskamp en Willems

This entry was posted in Blog. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>